PATRICIA & PAULIENE

Op een druilerige winterdag werd ik als schrijver gekoppeld aan een jongedame met FAS die graag haar levensverhaal op papier wilde zetten. Ze hield van schrijven en heette Patricia. Gedurende het project realiseerde ik me dat knuffelen soms belangrijker was dan schrijven.

Door Pauliene Kruithof

Iemand zoals jij

‘Wat Patricia ook vertelde, ik was niet geschokt. Bij mij hoefde ze zich niet in te houden. Zij zou vertellen en ik zou alles aan elkaar breien tot één verhaal. Aan mijn vrienden vertelde ik trots hoe speciaal onze samenwerking was.’

Ongeremd

Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, beefden haar handen terwijl ze thee inschonk. Zij was klein, droeg onopvallende kleren en zat ineengedoken op de bank. Ze sprak aan één stuk, met levendige intonatie en gebaren. Zij liet me volgeschreven schriften zien met verhalen die onrembaar in haar hoofd opkomen.

Patricia wilde schrijven over haar herinneringen – omdat ze er zoveel had, om de warboel in haar hoofd te ordenen en om te bewijzen hoe oneerlijk haar leven was. We spraken af elkaar om de week te ontmoeten op haar woongroep. Ze kocht een prachtig schrift en legde haar vulpen klaar.

De waanzin

Patricia’s herinneringen waren intens. Haar moeder was alcoholist, waardoor Patricia al tijdens de zwangerschap beschadigd raakte. Ze werd kapot geboren. Eerst was er de couveuse, na drie maanden ging ze naar een pleeggezin. Allerlei gewone babydingen bleven bij Patricia uit, zoals spelen of kruipen. Het contact met de biologische ouders blijft moeizaam. Er werd een zusje geboren met dezelfde aandoening. Patricia had vaak het gevoel dat ze moest ingrijpen.

Een bezoekje aan moeder

Voor mij was het gemakkelijk om Patricia te begrijpen doordat ik ook in een onveilig gezin was opgegroeid. Ik voelde me verantwoordelijk voor mijn moeders tevredenheid, het huishouden en de zorg voor mijn zusjes. Wat Patricia ook vertelde, ik was niet geschokt. Ik toonde begrip voor haar gevoelens, was complimenteus over hoe dapper ze zich erdoorheen sloeg. Dat hielp haar om te vertellen zonder zich in te houden: de ruwe waarheid, de hulpeloosheid, de waanzin. Onze humor en sarcasme grepen in elkaar en samen scholden we, maar lagen we ook helemaal in een deuk.

Een fijne herinnering

Onze klik gaf me vertrouwen in ons project. Zij zou fragmenten vertellen en ik zou dat ordenen en aan elkaar breien tot één verhaal. Ik vertelde mijn vrienden trots hoe speciaal deze samenwerking was, hoe waardevol onze aanpak.

Maar Patricia wist niet waar te beginnen, was bang dat het mis ging, dat ze haar schrift verpestte. Ik stelde haar gerust dat beginnen altijd moeilijk is en dat het bij bekende schrijvers ook heus niet in één keer goed gaat. Ik gaf haar als tip om haar ogen dicht te doen, in haar hoofd ergens naartoe te gaan en te beschrijven wat ze zoal zag – wie was er, hoe zag de locatie eruit, wat rook of hoorde ze? Ze was opgelucht: daar kon ze wel wat mee!

Het moet lukken

Hoe ouder Patricia werd, hoe indringender haar pijn werd. De pestkoppen op school wisten precies hoe ze haar moesten pakken. Ze begreep steeds beter dat ze anders was dan haar klasgenoten, dat ze sommige dingen minder goed kon. Ze besefte dat dit geen pech was, geen tragisch ongeluk, maar dat het door haar moeder kwam.

Op een dag overleed haar vader, waardoor er weer een stukje ‘normaal’ uit haar bestaan verdween. Patricia kon niet goed met alle narigheid omgaan, hoe lief haar pleegouders ook waren. Ze kreeg een steeds grotere hekel aan zichzelf. Op een gegeven moment wist haar pleegmoeder echt niet meer wat te doen, en verkaste Patricia naar een jeugdzorginstelling.

‘Ik wilde dat alle ouders in spé zouden beseffen hoe kwetsbaar een kind is. Ik wilde ze ruw wakker schudden.’

Ik kende dat gevoel maar al te goed. Dat gevoel van teveel zijn, van ongewenst zijn, van helemaal alleen zijn. Dat gevoel van falen, van mislukt zijn, van waardeloosheid. Hoe goed je je best ook deed. Die schaamte, walging en haat richting jezelf. Die ongebreidelde woede tegenover de veroorzaker en dat onstilbare verlangen naar genegenheid. De hoop dat het goed zou komen en tegelijk de desillusie als er voor de zoveelste keer op je ziel werd gestampt.

Ik wilde dat dit schrijfproject zou slagen – ik wilde dat alle ouders in spé zouden beseffen hoe kwetsbaar een kind is. Dat je beschadigingen die voortkwamen uit gemakzucht of egoïsme nooit meer ongedaan kon maken. Ik wilde ze ruw wakker schudden.

Hoewel ons contact intensiveerde, lukte het Patricia nog steeds niet om aan het verhaal te beginnen. We hoopten dat de begeleiding kon helpen, maar die sputterde dat ze niks van schrijven wist. Als houvast voor Patricia bedacht ik allerlei vragen, toegespitst op de verschillende levensfases. Ze begon direct aantekeningen te maken. Helaas stookte het schrijven daarna toch weer snel– ze had griep of haar arm begon een hele avond oncontroleerbaar te schudden. Ik leefde mee. Om toch wat tempo te houden, stelde ik voor dat ze de antwoorden hardop zou vertellen; dan zou ik later alles uittypen.

Een stoet van huisdieren

Hoe goed Patricia dat idee vond zou ik nooit weten, want op een dag liet ze overstuur weten dat ze de vrijdagen niet meer vrij was. Haar begeleider had besloten dat ze meer moest werken, omdat het goed met haar ging. Dagjes vrij nemen mocht enkel met speciale toestemming en in de weekenden moest ze naar haar pleegouders. Tijd verstreek, maar het lukte niet een nieuwe afspraak te plannen. Bovendien was ze de vragen met aantekeningen ondertussen kwijtgeraakt. Ze vroeg me of ze op vrije avonden wel nieuwe verhalen mocht bedenken. Ik realiseerde me dat ons project wellicht nooit van de grond zou komen, en suste mijn schuldgevoel met de gedachte dat knuffelen soms belangrijker was dan schrijven.

‘Ik stuurde haar knuffels, suste haar doemscenario’s en moedigde haar aan trots te zijn op zichzelf.’

Ik las haar verhaalideeën over pesten, geweld of psychische problemen. Ik hoorde over dates die werden afgezegd, omdat ze een beperking had. Ik zag plaatjes van een levensechte babypop als surrogaat voor de baby die ze zelf waarschijnlijk nooit zou krijgen. Ik stuurde knuffels op toen ze zichzelf sneed of een overdosis nam. Ik dacht mee over de huisdieren die passeerden en warmte moesten bieden, maar beten. Ik suste haar doemscenario’s toen haar pleegouders ziek werden en ze bang was niemand over te houden. Ik belde haar zestien keer op nadat ze aangaf dat haar hoofd raar deed en ze wegliep van werk. Ik adviseerde als ze de leiding sloeg omdat die te dichtbij kwam, of als ze zich verveelde, of als de stem in haar hoofd rare dingen zei. Ik moedigde haar aan trots te zijn op zichzelf.

Voor Patricia was het nare van FAS niet alleen dat ze er anders uitzag, dat haar brein regelmatig op hol sloeg, dat ze plannen moeilijk vond en dat ze lichamelijke ongemakken had, maar dat dit te voorkomen was geweest. Ze zei me vaak vol verdriet dat haar wensen nooit uit zouden komen. Het was hartbrekend om te zien hoe alles waar Patricia enthousiast over was in de soep liep, en dat alles wat beter kon worden stuk bleef. Omdat ze geen veilige basis had, omdat niemand haar begreep, omdat mensen zwakkeren misbruiken. Omdat professionals te druk waren en er wachttijden zijn, omdat er geen hulp was bij het uitvoeren van haar ideeën, omdat ze geen zelfvertrouwen had meegekregen.

Barsten van warmte en trots

Ik voelde me machteloos tegenover Patricia’s verdriet. De teleurstellingen bleven zich opstapelen en het trotse bleef uit, hoe hard ze ook werkte. Ik hoopte dat ik haar een positieve ervaring kon geven, een klein bouwsteentje voor de toekomst.

‘Patricia knuffelde me minutenlang. Het ontroerde me. Ook voor mijzelf is waardering nog steeds iets speciaals.’

Mensen hebben me vaak lief genoemd, maar zelden heb ik iemand meegemaakt die zo blij met me was als Patricia. Haar berichtjes stonden vol smileys. Na een verjaardagsbezoek met cadeautjes en samen koken, knuffelde ze me minutenlang. ‘Ik wil alleen een relatie als diegene een karakter heeft zoals jij,’ zei ze op een dag. Dat ontroerde me, want het gaf aan dat mijn doel was behaald, maar vooral omdat waardering ook voor mijzelf nog steeds iets speciaals was.

Als je opgroeit als ongewenst kind, als je zo vaak duidelijk is gemaakt dat je er niet bij hoort en waardeloos bent, is van jezelf houden en voor jezelf zorgen moeilijk. Op een dag vertelde Patricia dat ze dat toch persé wilde leren – juist omdat ze vaak niet op anderen kon vertrouwen en bouwen. Ze wilde naar een workshop over houden van jezelf, het bijpassende handboek kopen en daarna met zichzelf trouwen. Ze zou sparen voor een megajurk, haar haren laten groeien om het op te steken, een symbolische ring kiezen en groot feest met enthousiast bezoek organiseren. Hoewel anderen dat wellicht een gek idee zouden vinden, kon ik haar enkel aanmoedigen. Ook zij was een groot feest waard.

X