KARIN & MARIJKE

Door spanningen en onuitgesproken vragen en antwoorden lijken Karin en haar moeder Marijke steeds verder van elkaar af te drijven. Ze wíllen die afstand wel overbruggen, maar weten niet zo goed hoe. Als ze samen zijn gaat er te veel mis, als ze elkaar niet zien is er te veel dat niet gezegd wordt. Ze hopen dat het schrijven van brieven hierbij helpt.

Karin en Marijke zijn begeleid door Liza Neto Gomes de Almeida. In 2017 behaalde Liza de master Youth, Education and Society. Hierna coördineerde ze drie jaar lang het FAS-project. Momenteel werkt Liza als orthopedagoog op een basisschool in Amsterdam.

Tekst en geluid: Liza Neto Gomes de Almeida | Geluid: Lotte van Gaalen

OP PAPIER IS HET ANDERS

’Ik wil graag over FAS praten, maar dat ligt gevoelig. We hebben nog geen mooie middenweg gevonden. Als je brieven schrijft dan praat je anders. Je vertelt anders.’
-Karin

Dit jaar ben ik een postbode. Een postbode deluxe. Een postbode die bij je aan tafel komt zitten, kijkt hoe je de brief openvouwt, je alles voor laat lezen, en er dan een uur met je over doorpraat. Ik heb maar twee bezorgadressen: Marijke, en haar dochter Karin. Ze schrijven brieven aan elkaar. Over vroeger, toen de moeder dronk terwijl de dochter nog in haar buik zat. Over de gevolgen die dat heeft gehad: blijvende hersenbeschadiging. Over schuldgevoel, schaamte, nóg meer drinken. Rollen die vervaagden, omdraaiden. Over nu.

Een van de eerste dingen die ik tegen Marijke zei was dat ik het zo goed vond dat ze meedoet, en dapper. ‘Hoezo?’ vroeg ze. Zó fel dat ik er een beetje van schrok. Ze vond het moeilijk – ja, en confronterend – ja. ‘Maar dat maakt niet uit’, zei ze, het was niet noemenswaardig. Alsof het ging om een reflectie-opdracht voor school of het doen van belastingaangifte; iets rottigs waar je niet aan kan ontkomen. Alsof het moest, van iemand, van haarzelf.

Hoe meer ik vraag, hoe meer het me opvalt hoe open Marijke is, hoe ze zich in al haar schuldgevoel en schaamte in één klap laat zien. Als een soort open wond. En ze leek niet te wachten tot er een korstje op zat, of misschien ging ze er allang vanuit dat dat er nooit ging komen. Ik zag ondertussen hoe de gedachten aan vroeger wrongen, pijn deden. Een niet echt te verhelpen of te verzachten pijn, en ik wist niet zo goed wat ik daarmee moest. ‘Het enige dat ik kan doen is proberen nú eerlijk te zijn, nu alles te vertellen,’ zei Marijke zelf. En dat leek me op z’n minst een heel goed startpunt van dit project.

Marijke en Karin hadden besloten om elkaar tegelijk hun eerste brief te schrijven, zonder te weten wat de ander zou schrijven. Zonder inmenging van mij. Dat vond ik prima; dan konden we allemaal eerst maar eens zien wat eruit kwam.

fragment brief MOEDER

Lieve Pipo (red: koosnaampje van Marijke voor Karin),

Jeetje, wat is dit lastig! Waar zal ik eens beginnen. Bij het belangrijkste denk ik dan maar: Het spijt me.

Het spijt me dat ik gedronken heb tijdens mijn zwangerschappen en dat ik jullie daardoor beschadigd heb in plaats van beschermd.

Het spijt me dat ik je zo vaak heb laten voelen dat je niet op me kan rekenen.

Ik zou zo graag terug willen in de tijd om er wél 24/7 voor jullie te zijn. Maar vooral om jullie gezond op de wereld te zetten, en om jullie beter naar volwassenheid te begeleiden. Helaas kan ik de tijd niet terugdraaien. Het enige wat ik nu nog kan doen is ervoor zorgen dat ik je in de toekomst wel kan steunen wanneer je daar behoefte aan hebt. En proberen gewoon de lieve, gezonde mama te zijn die je altijd al verdiend hebt.

In de toeloop naar het met mezelf in het reine komen, heb ik natuurlijk zoals je weet, veel lopen malen. [..] Want ik had nooit veel gedronken gedurende mijn zwangerschappen, maar wel wat. Een glaasje rode wijn of donker bier is ten slotte goed voor je bloed was mij gezegd.[..]

Ik vroeg hoe het nu met haar drankgebruik ging, en hoe dat vroeger was geweest. Toen ze zwanger was van Karin woonde ze in het buitenland, werkte veel en ging vijf keer per week uit. ‘In Nederland zou het misschien excessief zijn geweest, maar daar was dat niet zo. Het was de standaard; een levensstijl. Iedereen om mij heen dronk dagelijks,’ vertelt ze. Toen ze er na drie maanden achter kwam dat ze zwanger was kreeg ze in het ziekenhuis het advies om sterk te minderen met drank, maar niet om te stoppen. Hoe kwalijk ze dat advies ook vindt, ze legt er niet de schuld neer. ‘Je voelt je heel slecht en dat gevoel blijft. Het schuldgevoel. De schaamte. De naïviteit. De wetenschap dat je je kinderen levenslang hebt beschadigd.’

fragment brief MOEDER

Nooit heb ik het gevoel gekregen dat je me het echt kwalijk hebt genomen. Meer van dat het super spijtig is, dat wel, maar dat je het niet helemaal mijn schuld vond. Daar ben ik dankbaar voor. Ook al had ik het wel zelf helemaal allenig, absoluut gedaan.

Tussen ons is de moeilijkste periode veel later geweest. Toen ik depressief werd zonder het zelf te merken, en toen ik overging van wat drinken naar full-on alcoholisme.