Met Joëlla voor de klas

Joëlla fotografeerde ik voor het eerst in 2011. Vorige week stuurde ze een berichtje of ik ook mee wilde helpen bij haar spreekbeurt in Heeze. “Dan kunnen we samen vertellen over FAS en het grote mensen FAS-boek meenemen en het boek waar de FAS-kinderen in staan laten zien.” Natuurlijk wilde ik dat!

Afgelopen vrijdag was het zover. Twintig medeleerlingen en twee juffen zitten in de klas. Joëlla heeft alles geregeld en ze heeft zelfs speciaal voor deze dag een stapel wafels gebakken. Ze vindt het super belangrijk dat iedereen weet wat FAS is. Want dan kunnen zij haar beter begrijpen. Zodat ze Joëlla bijvoorbeeld één opdracht tegelijkertijd te geven en er rekening mee houden dat zoiets als klokkijken toch altijd lastig blijft. Ze staat rustig voor de klas te vertellen.

Maar in 2011 was de situatie helemaal anders voor Joëlla. Ze was een enorme stuiterbal en kon haar draai niet vinden. We laten daarom ook de FAS-film zien waar pleegmoeder Josée over Joëlla vertelt. “Als ze blij is, is ze ook zo intens blij. Maar dat als ze boos is, is ze ook zo ontzettend boos. Ongeremd boos of ongeremd blij.” Nu is Joëlla rustiger. Dit komt omdat ze goed wordt begeleid en niet wordt overvraagd op het special onderwijs. Op school houdt ze zich dan in, want daar wil ze leren en presteren. Ze wil namelijk net zoals de anderen zijn. Alleen vliegen thuis de stoelen nog weleens door de kamer als ze te gefrustreerd is. Als ze iets niet kan of snapt. De juffen staan er van te kijken, want ze kennen Joëlla toch als die hardwerkende serieuze leerling.

De FAS-Film

In de film vertelt haar pleegmoeder ook over het liegen dat Joëlla soms doet. “Haar geweten. Ze kan heel goed liegen.” Het is toch best heftig als je pleegmoeder dat over jou zegt. Maar Joëlla? Zij schrikt er niet van. FAS maakt dat de leugen werkelijkheid wordt. “Daardoor wordt het moeilijk om het toe te geven”, legt Joëlla uit. Nu probeert ze er langer over na te denken en hoort ze dan ergens diep van binnen een stemmetje dat zegt dat het niet klopt of dat ze toch toe moet geven.

In de klas blijven haar klasgenoten vragen stellen. “Maakt het uit hoeveel de moeder drinkt?” “Kan je hoofd ook weer herstellen?” “Kan je wel analoge klok kijken?” “Komen jullie binnenkort weer?” “Heb je net als ik dat alles gestructureerd moet zijn?”, vraagt een autistische jongetje. Samen geven we op alle vragen antwoord. Mooi om te zien hoe ze is gegroeid en meer grip heeft gekregen op FAS.

X