Kijken

Mila en haar grote broer komen de tuin ingelopen. Ze hebben een ijsje in hun hand en zingen uit volle borst. Mila’s stem slaat over van enthousiasme.

Ze stampt met haar voeten op de grond, haar haren dansen door de lucht. Jakub is Mila’s grote voorbeeld. Als haar broer er niet is, verveelt Mila zich meteen en blijft ze vragen wanneer hij terugkomt. En Jakub kan niet zonder haar. Vanmiddag past hij op zijn zusje. Hij is negen en heeft engelengeduld. Ook als ze doordraait, schopt, slaat, gekke dingen zegt of ontembaar is. Hij neemt haar mee, wijst haar rare dingen aan en legt spelletjes uit. Drie keer als het moet, al snapt Mila er dan nog steeds niks van. Het maakt hem niet uit, hij is dol op zijn zusje.

Maar soms, heel soms, wordt hij er helemaal gek van. Niet eens van haar, want zij kan er niets aan doen dat ze is zoals ze is. Jakub wordt gek van de mensen. De mensen op straat, in de winkel of in de trein. Ze kijken altijd zo. Soms doen ze dat stiekem, vanuit hun ooghoeken of even heel snel. Maar meestal staren ze en fluisteren ze tegen elkaar. Tuurlijk, Mila doet ook vaak raar, dus hij snapt wel dat ze naar háár kijken. Maar de mensen kijken ook naar hém, Je ziet ze denken: is dat jongetje ook een beetje gek? En dan kijken ze nog een keer extra, om het even te checken.

< Ga terug naar de tijdlijn

08
aug
2014