Storm

Aan de keukentafel zit Isiah krom over een fotoalbum gebogen. Het ding valt uit elkaar, compleet versleten door de talloze keren dat hij erin bladerde. Gebiologeerd kijkt de jongen naar foto’s van zichzelf als baby. Hij is de wereld om zich heen vergeten. Zijn lange haar valt tot over zijn schouders. Lachend wijst hij naar het slangetje voor sondevoeding dat in zijn neus zit, naar zijn tante die bij hem op bezoek is in het ziekenhuis en naar zijn oma met haar gekke oude bril. Dan ziet hij een foto van zijn moeder. ‘Hier heb je mama,’ zegt hij tegen zichzelf. En hij valt stil. Zijn blik verandert een fractie van een seconde, alsof hij iets zoekt in zijn geheugen maar het niet kan vinden.

Zes weken moest Isiah na zijn geboorte in het ziekenhuis blijven. Zo lang duurde het om hem af te laten kicken van de alcohol. Zes weken lang huilde Isiah. Hij was alleen maar stil als zijn oma er was en hem op haar arm nam. Zijn moeder was toen alweer thuis. Pleegzorg meldde dat Isiah niet bij haar mocht wonen, dus nam zijn oma de zorg voor hem over. Negen maanden lang kwam hij bijna niet van haar arm af. Hij sliep alleen wanneer hij bij haar in bed lag. Dat is nu, twaalf jaar later, nog steeds zo. Op zijn geboortekaartje staat alles nog eens op een rijtje: 11 maart, 1795 gram, 42 centimeter. ‘Zo, oma,’ zegt Isiah opgewekt en hij drukt zijn neus bijna tegen een foto. ‘Ik was echt heel klein!’

Soms is hij kwaad op zijn moeder, zeker nu hij wat ouder wordt. Als hij niet lekker in zijn vel zit, is het Isiah soms allemaal even te veel. Dan woedt er een storm in zijn hoofd en komen alle dingen naar boven: zijn vader die hij niet kent, zijn moeder die er vroeger weinig was, zijn halfbroertjes die hij nooit ziet. Op die momenten verandert het timide jongetje. Hij gooit en smijt met alles wat hij te pakken krijgt. Zijn oma laat hem zijn gang gaan, de storm moet eerst uitrazen. Daarna neemt ze hem bij zich, houdt hem vast en laat hem diep ademhalen. In en uit, in en uit. Net zo lang tot er van de storm niets anders rest dan dikke tranen.

17
jan
2014